Peulen

 Peulvruchten

Peul

Peulen zijn leuk en lekker (vinden wij). In 2015 heb ik 4 plantje uit het tuincentrum neergezet. Deze werden flink opgegeten door (bladrand)kevertjes, maar tot onze verbazing kwamen er toch ook nog peulen aan. Zeker wel genoeg voor een aanvulling in de roerbakgroenten, maar niet echt veel dus. Over ons miskleumjaar 2016 hebben we het verder maar niet. De jaren daarna hadden we mooie opbrengsten van de witbloeiende De Grace en de Grijze roodbloeiende.

Peulen behoren net als erwten en bonen tot de vlinderbloemigen. Peultjes en doperwten behoren tot dezelfde plant, de peul is het hoesje (vrucht) waarin de doperwt (het zaad) zich ontwikkelt. Peulen zijn eigenlijk de jonge bonen van de doperwten. Van doperwten, maar ook van kapucijners, is de schil (het omhulsel) niet te eten maar van de (jonge) peulen wel. Deze zijn vlezig, zoet en zitten vol vitaminen en mineralen. Let wel op: de schil (die je dus eet) bevat van nature giftige stoffen. Door het koken worden die onwerkzaam, maar eet dus nooit rauwe boontjes.

De peulen worden dus jong geoogst, voordat de erwten zijn ontwikkeld en duidelijk zichtbaar zijn. Hoewel peulen als je ze te lang laat hangen (dop)erwten ontwikkelen, is het niet automatisch zo dat deze ook lekker zijn. De peulzaden zijn gekweekt/ontwikkeld als peul, daardoor kan de (dop)erwt minder zoet en meelderiger smaken dan een echte doperwt. 

Soorten peulen

Je hebt stamsoorten (lage) en rijssoorten (hoge) en witbloemige en roodbloemige soorten. Anders dan bij sperzie- en snijbonen worden de termen stam en rijs bij peulen eigenlijk niet meer gebruikt. In de omschrijving wordt de hoogte aangegeven en of deze langs gaas geteeld moeten worden.  

Onze witboeiende blijft iets lager (50cm) en zou zonder gaas geteeld kunnen worden. Maar de stelen zijn nogal slap en er hangt vaak wel een gedeelte op de grond. Daardoor liggen ze in de modder, droogt de grond minder snel en kan de opbrengst tegenvallen. Om maar niet te spreken van de modder die je eerst van je geoogste peulen moet afboenen. Ik zet er daarom altijd wel een rekje met (kippen) gaas bij.  Dat plukt ook makkelijker.

De roodbloeiende hebben sowieso geleiding nodig, die worden ongeveer 70cm hoog. Je hebt soorten tot 200cm hoog, je  moet dus wel nadenken over en rekening houden met de hoogte en het soort steun dat je ze geeft. Peulen gebruiken hun dunne “grijparmpjes” om zich een weg omhoog te banen.

Peulen zaaien

Peulen, en ook erwten, kunnen in tegenstelling tot (sperzie)bonen heel goed tegen een kouder klimaat en kunnen ook vorst verdragen. Ze kiemen dan ook al bij lage temperaturen, afhankelijk van de zaaitemperatuur tussen de 1,5 en 3 weken. Doordat de peul goed tegen kou kan, kan deze al vroeg (maart) gezaaid worden buiten in de volle grond. Omdat bij ons de tuin dan meestal nog niet ‘zaai-klaar’ is, zaai ik ze meestal voor in potjes. Dit lukt eigenlijk altijd. Ik heb zelfs wel eens 3 jaar oude zaden gebruikt en die kwamen, op een uitzondering na, ook allemaal nog netjes op.

Als je rechtstreeks in de grond zaait, stop ze dan wat dieper (3cm) in de grond. Vogels en muizen zijn namelijk dol op de zaden en zo kunnen ze er niet (goed) bij. 

Peulen hebben niet veel nodig, in de meeste omstandigheden zullen ze vanzelf kiemen en groeien.

Peulen planten

Wanneer wij de zaailingen op de moestuin planten hangt meestal meer af van wanneer de moestuin daar klaar voor is dan een bepaalde grootte van de plantjes. We zetten rijtjes neer en je hoeft daar niet gelijk een rekje bij te plaatsen. Zelf vind ik het makkelijker om wel gelijk een rek neer te zetten. Dan kunnen de plantjes zich daar gelijk aan vasthouden en hoef ik ze niet te helpen waarbij de steeltjes misschien breken. Vogels en muizen vinden de jonge plantjes ook nog erg lekker. Je kan ze beschermen met een net of een vliesdoek. Als de plantjes wat ouder zijn (25cm) kan dit weggehaald worden. Wij hebben zelf nog geen doek gebruikt maar wapperende stroken aan een stok schrikken de vogels ook af. 

Soort bodem en voedingstoffen

Peulen houden van een zonnige standplaats en doen het goed op onze zware (klei) grond. Ze hebben niet veel nodig (niet te nat, niet te droog, niet te koud, niet te warm). Ook niet veel voeding maar het is altijd goed om in de winter wat mest onder te scheppen of een paar weken voor het planten koemestkorrels te strooien.

Peulen hebben, net als bonen, wortelknobbeltjes die stikstof uit de lucht vastleggen. Na de oogst zit er dus veel stikstof in de grond. Omdat de oogst best vroeg is, kan je daardoor prima nog andere groenten telen die stikstofrijke grond nodig hebben. Late koolsoorten bijvoorbeeld. 

Oogst en bewaren

Afhankelijk van hoe vroeg je de peulen zaait, kan je in mei of juni beginnen met oogsten. Pluk regelmatig! Zowel omdat jonge peultjes het lekkerst zijn maar ook omdat er dan steeds nieuwe bloemen komen die weer nieuwe peulen geven.

Doe wel voorzichtig. De peulen zitten best vast en de stengels knakken gemakkelijk. Gebruik daarom twee handen, met een hand hou je de plant vast en met de andere pluk je de peul. 

Peultjes zijn het knapperigst op de dag van plukken, maar je kan ze ook 2 of 3 dagen in de koelkast bewaren. Wij vriezen ze ook in. Dan zijn ze niet meer heel knapperig, maar in een roerbak smaken ze nog prima.

Peulen

Peulen geplukt begin juni

Peulen

Peulen geoogst, juni

 

To Top