Sluitkool

Sluitkool is een verzamelnaam van enkele koolgewassen die een vaste, dichte krop of kool vormen. De bladen sluiten zich dicht opeen over het groeipunt. De bladen zijn ‘was-achtig’  wat maakt dat ze goed te bewaren zijn. De kool groeit dicht bij de grond op een korte dikke stengel.

Tot de sluitkool behoren de kolen: rode kool, savooiekool, spitskool, witte kool. Deze soorten hebben veel overeenkomsten bij onder andere de zaai en groeiomstandigheden Deze overeenkomsten  worden hier onder sluitkool beschreven. De unieke eigenschappen worden op de eigen pagina’s beschreven.

Voor (sluit)kool hebben wij geluk met onze kleigrond, want daarop is het makkelijker kool te telen dan op zandgrond. Kool houdt namelijk van een voedzame en zware grond die goed vocht vasthoudt en niet te zuur is.

Let bij het telen van kool goed op voor welk seizoen deze geschikt zijn. Je hebt bijvoorbeeld vroege kool en bewaarkool. Deze moeten in verschillende periodes geteeld worden. Dit is eigenlijk altijd goed aangegeven op de verpakking van de zaden.

Sluitkool zaaien

Sluitkoolsoorten kunnen zowel op een zaaibed als in potjes worden gezaaid. Ik zaai ze zelf altijd voor omdat ik dan wat sneller ben en het makkelijker vind om plantjes op de tuin te zetten. De ene keer zaai ik in vermiculiet waarna ik ze verspeen. De andere keer rechtstreeks in potjes. Dat laatste is meer gepriegel omdat die zaadjes zo klein zijn, maar scheelt later weer.

Als ik ze verspeen gaan de zaailingen vanuit de vermiculiet per stuk in een potje. Als ik rechtstreeks in potjes zaai, probeer ik de sterkste over te houden van de zaadjes die kiemen zodat ik er ook een per potje overhou.

Bij ons zaai ik ze in de (open) kas. Dat hoeft niet voor de warmte maar het zorgt er voor dat de jonge plantjes niet opgegeten worden (door duiven). Omdat te warm er voor zorgt dat je van die lange dunne steeltjes krijgt, moet je de temperatuur wel in de gaten houden. Je kan ze overdag ook naar buiten verplaatsen en dan zet je ze ’s avonds weer binnen.

Sluitkool planten

Wanneer we de kolen uitplanten hangt af van de grootte, maar ook van de status van de moestuin;-) Pas wanneer deze er klaar voor is (gefreesd) gaan ze naar de moestuin. Daarom staan ze bij ons in redelijk grote potjes zodat er ook geen haast is.

Rode kooltjes aan het groeien

Je plant de plantjes best diep en daarna hebben ze, afgezien van voldoende water (zeker de eerste tijd) weinig aandacht meer nodig. Nou ja, wat betreft de groei dan. Omdat kolen veel bedreigingen hebben, moet je ze wel beschermen. Vooral vogels (duiven) vinden de jonge blaadjes erg lekker. En een aangevreten plant kan nog wel doorgroeien (als het hart er niet uit is), maar je snapt dat dit wel meer kracht kost en voor een achterstand zorgt.

Wij zetten de kolen daarom in een kokertje. Dan kunnen de vogels er in ieder geval lastiger bij. Ook zetten we stokken met wapperende dingen op het koolbed.

Tegen de koolvlieg, die eitjes legt aan de voet van de kool, kan je ook een koolkraag maken. Dit is een vierkant stuk rubber of karton, dat je tot het midden inknipt en zo om het steeltje legt.

Kolen uitgeplant in kokertje

Standplaats en groeiomstandigheden

Sluitkolen houden van zon en groeien daar het best. Maar ook op een halfzonnige plaats kunnen ze een goede opbrengst geven. En zoals ik eerder aangaf, houden sluitkolen van onze kleigrond. Deze is lekker vochtvasthoudend. Daarnaast moet ze ook voedzaam zijn en niet te zuur. Sluitkolen maken veel wortels en hebben veel blad dus hebben ze veel voeding nodig. Dat kan je creëren door in de winter veel oude stalmest en eventueel compost in de grond te verwerken. Voor het uitplanten kan je dan nog voeding (organisch of kunstmestkorrels) geven.

Hier geldt wel weer; te veel is niet goed. Dan krijg je zwakke planten en worden geen goede kolen gevormd. Uiteraard dient rekening gehouden te worden met de vruchtwisseling. Bij zure grond zal je wat kalk moeten geven.

Andere dingen waar je op moet letten zijn natuurlijk onkruid wieden en voldoende water geven bij droogte. Sluitkolen hebben relatief veel vocht nodig. Als grotere kolen echter na een paar dagen regen ineens veel water hebben gekregen, kunnen de kolen barsten. Dan kan je ze niet meer laten staan. Je kan ze nog wel eten of invriezen.

Om de kans op barsten te verkleinen, bijvoorbeeld als niet alles tegelijk wil oogsten, kan je zeker een kwart van de wortel doorsnijden. Zo kan de plant minder vocht opnemen waarmee de kans op barsten afneemt.

Oogst en bewaren

Je oogst de sluitkool door een stuk van de stronk af te snijden. Vooral rode kool kan je lang bewaren (spitskool wat minder lang). Koel en donker bewaard kunnen ze wel een paar weken goed blijven. Wanneer een ras winterhard is, kan je natuurlijk het best laten staan tot je ze gaat eten. Vers is immers het lekkerst.

Je kan de meeste kolen ook invriezen, bij voorkeur kleingesneden en geblancheerd.

To Top